De Miljoennota voor 2027 staat in het teken van: meer woningbouwopgaven, forse infrastructuurinvesteringen, fiscale wijzigingen en een arbeidsmarkt die krap blijft.
Genoeg werk dus, maar ook genoeg reden om scherp te blijven op kosten, capaciteit en marge. In dit artikel zetten we de belangrijkste ontwikkelingen op een rij en laten we zien waarom inzicht in projectdata nu belangrijker is dan ooit.
Meer ruimte voor woningbouw
De woningbouwopgave blijft onverminderd hoog op de agenda staan. Het kabinet biedt woningcorporaties extra investeringsruimte via een fiscale maatregel rond de earnings-strippingmaatregel (ATAD): vanaf 2028 worden corporaties hiervan vrijgesteld, met als doel hun investeringscapaciteit te vergroten. Daarnaast wordt voor 2027 een verlaging van de overdrachtsbelasting op woningen voorgesteld, van 8% naar 7%.
Voor de bouwketen betekent dit potentieel meer opdrachten vanuit corporaties en een gunstiger klimaat voor woningtransacties.
Maar meer werk is niet automatisch meer rendement. De vraag die voor bouwbedrijven overblijft: welke projecten dragen daadwerkelijk bij aan omzet en resultaat, en waar is bijsturing nodig?
Forse impuls voor infrastructuur
Infrastructuur krijgt een stevige injectie. Er is ruim €1,5 miljard beschikbaar voor onder meer instandhouding en onderhoud tot en met 2035, en de nota noemt daarnaast ruim €10 miljard extra voor infrastructuurinvesteringen in diezelfde periode, met vanaf 2036 €800 miljoen structureel. Ook regionale mobiliteit krijgt structurele aandacht: vanaf 2030 komt hier €300 miljoen per jaar bij.
Dat is goed nieuws voor infra- en civiele bouwbedrijven: een lange reeks projecten ligt in het verschiet. Tegelijk groeit daarmee ook de noodzaak om per project scherp te volgen wat er begroot is, wat er werkelijk wordt uitgegeven en hoe het resultaat zich ontwikkelt.
Een groeiende orderportefeuille is alleen waardevol als de onderliggende projecten ook winstgevend blijven.
Netcongestie en stikstof blijven knelpunten
Niet alles in de nota is louter positief nieuws. Netcongestie wordt expliciet genoemd als belangrijke belemmering voor investeringen en economische groei, en ook stikstof blijft een knelpunt voor vergunningverlening. Beide thema's kunnen leiden tot vertraging of herplanning van bouw- en installatieprojecten.
Als een project opschuift, verandert er meer dan alleen de planning: bezetting, kosten en verwachte marge verschuiven mee.
Voor bedrijven is het daarom belangrijk om niet alleen te weten dát een project vertraagt, maar ook wat de financiële gevolgen daarvan zijn.
Krappe arbeidsmarkt en stijgende kosten
De arbeidsmarkt blijft gespannen. Voor 2027 wordt een werkloosheidspercentage van 4,0% verwacht, en in het tweede kwartaal van 2026 stonden er 95 vacatures tegenover elke 100 werklozen. Daar komt bij dat het CPB voor 2027 een gemiddelde contractloonstijging van 3,8% verwacht, terwijl de inflatie wordt geraamd op 2,7%.
Voor bouwbedrijven is dit een dubbele uitdaging. Meer werk betekent meer vraag naar mensen op een arbeidsmarkt die al krap is. En bij vaste aanneemsommen werken stijgende lonen en kosten direct door in de kostprijs en dus mogelijk in de marge. Op projecten met een lange looptijd kunnen ogenschijnlijk kleine kostenstijgingen flink optellen.
Verduurzaming blijft een investeringsgebied
Ook op het gebied van verduurzaming zijn er ontwikkelingen. Er komen extra subsidies en financieringsmogelijkheden voor energiebesparing bij onder andere mkb en VvE's, de financiering van zakelijke energiebesparing wordt verruimd, en de energie-investeringsaftrek (EIA) wordt voor 2027 vastgesteld op 45,5%. Daarnaast reserveert het kabinet €1,3 miljard voor het CO₂-opslagproject Aramis, en is er €3,3 miljard voorzien voor de Nationale Investeringsinstelling, gericht op het mobiliseren van private investeringen waar sprake is van marktfalen.
Voor installatie- en bouwbedrijven liggen hier kansen in zowel projecten als onderhoud. Ook worden er tijdelijke lastenverlichtingen genoemd voor bestelauto's en vrachtwagens, wat relevant is voor bedrijven met veel materieel en transport in hun projecten.
De rode draad: meer werk vraagt om meer grip
Wat opvalt aan de Miljoenennota 2027 is dat vrijwel elke maatregel dezelfde uitdaging met zich meebrengt: er komt meer werk, maar de marges staan tegelijk onder druk door lonen, inflatie, schaarste aan personeel en de kans op vertraging door stikstof of netcongestie. Groei in de orderportefeuille is mooi, maar zegt op zichzelf niets over rendement.
Dat is precies waar inzicht in projectdata het verschil maakt. Wie per project kan zien hoe omzet, kosten, uren en resultaat zich ontwikkelen (en hoe dat afwijkt van de begroting) kan sneller bijsturen en weloverwogen keuzes maken over welke opdrachten wél en welke niet bijdragen aan het bedrijfsresultaat.
Met Birds BI breng je project-, kosten-, uren- en financiële data samen in één overzicht.
Zo zie je niet alleen hoeveel werk er binnenkomt, maar vooral wat dat werk oplevert: waar de marge onder druk staat, waar capaciteit knelt en welke projecten daadwerkelijk bijdragen aan een gezond resultaat. In een tijd waarin de bouwsector meer opdrachten krijgt én met meer kostendruk te maken heeft, is dat inzicht geen luxe meer, maar noodzaak.
Benieuwd wat de Miljoenennota 2027 concreet voor jouw organisatie betekent? Neem contact op met Birds BI voor een vrijblijvend gesprek.